Huiswerk voor woensdag 2 september.
Neem de antwoorden mee naar school.
Kijk eerst of het woord een persoonsvorm is! Kijk dan in welke tijd het is.
Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd
Over ik: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Over een ander: Schrijf een -t (-den werkwoorden hebben toevallig -dt)
Je/jij erachter:: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer) Bij 'je' alleen als het in 'jij' kan veranderen
Persoonsvorm in de verleden tijd
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Maar: niet bij -ten en -den woorden die niet van klank veranderen! Deze krijgen -tt- of -dd-
Niet een persoonsvorm? Lekker makkelijk!
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
1) De bom bars……. gisteren
2) De bommen bars…… ook eergisteren.
3) Hoe wor….. zout gewonnen?
4) Tegenwoordig onderschei……. men twee soorten: zeezout en steenzout.
5) Zeezout win…… men in tropische gebieden.
6) Het zeewater wor……. door zonnewamte ingedamp…… .
7) Als de pekel verzadig….. is, wor……. hij naar kleinere zouttuinen
gevoer……
8) Steenzout wor……. in mijnen gedolven uit zoutlagen waarvan de
dikte varieer….. van enige meters tot
9) Voor de winning worden schachten geboor……… en vervolgens
worden horizontale gangen uitgehouw………..
10) Door boorgaten wor……. water in een zoutlaag gespo………
11) De pekel wor……. Opgepomp…… of omhooggepers……..
12) De brandkasten kraak…….. toen ze werden opengebran……. .
13) Een beveilingsbeambte gelas…… zojuist de nieuwsgierigen om door
te lopen.
14) Omdat de actrice zichtbaar vermoei……. raak……. , wer…… het
interview beĆ«indig…… .
15) Met gekruis…. vingers staar……… de non vanochtend voor zich uit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten